Drie Hoefijzers

Asselbergs & Nachenius

Asselbergs & Nachenius

Van 1909 tot 1952 was het Technisch Bureau voor Economisch Kolenverbruik Asselbergs & Nachenius gevestigd aan de Ceresstraat, tussen de brouwerij aan de linkerkant en de luciferfabriek aan de rechterkant. In 1941 werd er een apart kantoor ingericht aan de Ceresstraat 35. Voor velen is het een onbekend bedrijf, maar de poort van het bedrijventerrein is waarschijnlijk wel heel herkenbaar. Het bedrijf stond tot de annexatie in 1927 van Teteringen door Breda op grondgebied van Teteringen.

Samenvatting
De NV Technisch bureau voor economisch kolengebruik v/h Asselbergs & Nachenius was opgericht in 1901 door de ingenieurs C. Asselbergs en J. Nachenius, beiden werkzaam op de Bredase suikerfabriek, waar ze hun vinding om kolen zo efficiënt mogelijk te verbranden hadden vervolmaakt. Aanvankelijk was het bedrijf gevestigd aan het Kerkpad achter de Baronielaan.

In 1909 verhuisde het bedrijf naar de Ceresstraat. In 1949 zocht Asselbergs en Nachenius opnieuw naar een geschikt terrein voor uitbreiding. Dankzij bemiddeling van burgemeester Claudius Prinsen kon het bedrijf in oktober 1949 een industrieterrein aan de Van Rijckevorsselstraat aankopen.

Het bedrijf werkte veel voor de Staatsmijnen, de HKI en de suikerindustrie en door de wederopbouw hadden ze na de Tweede Wereldoorlog veel werk. In februari 1951 was de fabriek gereed. Het bedrijf fuseerde in 1973 met de HBG-groep, omdat men hierdoor dacht de continuïteit van het bedrijf te kunnen garanderen. De fabriek werd echter in 2002 gesloten en de A&N-ketel die er werd gemaakt, wordt tegenwoordig elders geproduceerd. In 2006 tenslotte werden de gebouwen van Asselbergs en Nachenius gesloopt. Het terrein bleef daarna nog jaren braak liggen.

Het bedrijf was 42 jaar lang gevestigd aan de Ceresstraat, op de locatie waar nu het Ceresplein is en het appartementencomplex staat. Het kantoor aan de Ceresstraat 35 bleef nog enige tijd in gebruik totdat het nieuwe kantoor gereed was.
Bron: Engelbrecht van Nassau, Jaargang 36 – nr. 3 – september 2017, pagina 113

Het Ontstaan van Asselbergs & Nachenius
Rond 1900 maakte de industrie gebruik van stoomkracht voor haar energievoorziening. De stoomketels werkten op vette steenkool. In de Limburgse mijnen werd echter ook magerfijnkool gedolven, die vanwege de lage energiewaarde als waardeloos werd beschouwd en vaak als afval eindigde.

Twee technici, chemicus C.M. Asselbergs en ingenieur J.B. Nachenius, bedachten een oplossing om zowel het rendement van de stoomketels te verbeteren als de goedkope magerfijnkool te benutten. Hun idee leidde tot de ontwikkeling van een systeem waarbij stoomketels werden omgebouwd om kunstmatig lucht onder het verbrandingsrooster aan te voeren, waardoor de verbranding efficiënter verliep.

Na succesvol experimenteren bij hun werkgever, Suikerfabriek Wittouck in Breda, richtten zij in 1900 het Technisch Bureau voor Economisch Kolenverbruik Asselbergs & Nachenius (A&N) op. Vanaf 1901 bezochten ervaren stokers onder leiding van Nachenius de ketelhuizen van potentiële klanten om proeven te nemen en advies te geven.

Omdat bedrijven aanvankelijk sceptisch waren over de voordelen van een verbeterde stookinstallatie, bood A&N haar diensten kosteloos aan. In ruil hiervoor vroegen ze een deel van de besparing in stookkosten. Deze aanpak bleek een groot succes, waardoor de werkplaats al snel moest worden uitgebreid. Nachenius verliet de suikerfabriek, en C.M. Asselbergs vroeg zijn broer, C.J. Asselbergs, om het team te versterken.

In 1906 keerde ir. Nachenius terug naar de suikerindustrie en droeg hij de leiding van het bedrijf over aan C.J. Asselbergs.

Snelle Ontwikkeling van Asselbergs & Nachenius
Door de snelle groei van het bedrijf werd de werkplaats aan het Kerkepad al snel te klein. In 1909 kocht het bedrijf een terrein aan de Ceresstraat, naast bierbrouwerij ‘De Drie Hoefijzers’ en Luciferfabriek de Vlinder. Op dit terrein werden twee nieuwe gebouwen geplaatst, waarin onder andere een bankwerkerij, machinale werkplaats, smederij en plaatwerkerij waren ondergebracht. Daarnaast was er ruimte voor een kantoor en een tekenkamer. De groei van A&N leek onstuitbaar, totdat de Eerste Wereldoorlog uitbrak, waardoor het aantal opdrachten sterk terugliep. Toen echter een brandstoftekort dreigde, besloten veel bedrijven hun stookinstallaties te laten aanpassen door A&N om hun brandstofverbruik te optimaliseren.

In 1921 besloten de drie firmanten – C.M. Asselbergs, C.J. Asselbergs en J.J. van Dixhoorn (zwager van C.J. Asselbergs) – om het bedrijf om te zetten in een naamloze vennootschap, waarbij de bedrijfsnaam behouden bleef. De directie van A&N zocht voortdurend naar nieuwe mogelijkheden, wat onder andere leidde tot een samenwerking in 1924 met de Nederlandse Refrigerator Maatschappij (NRM) in Den Haag, een bedrijf dat koelkasten en koelinstallaties verkocht. Deze samenwerking mislukte echter, vooral door een gebrekkige en kostbare verkooporganisatie. Hoewel er tot halverwege 1926 nog koelkasten werden geproduceerd, kwam hier een einde aan toen de NRM in 1928 failliet ging.

De directie van A&N zag ook kansen in de opkomende markt voor centrale verwarming, vooral nadat ir. A.M. Asselbergs, de zoon van C.J. Asselbergs, in 1929 in dienst kwam. Hij richtte zich voornamelijk op de installatie van centrale verwarmingssystemen bij bedrijven en instellingen. De beurskrach van 1929 maakte het echter steeds moeilijker om voldoende werk binnen te halen. Toen A&N in 1931 voor het eerst verlies leed, werden maatregelen genomen, zoals een verkorte werkweek van 32 uur en ontslagen. Het bedrijf overleefde deze moeilijke jaren door het installeren van smederijapparatuur voor ambachtsscholen en de productie van betonstorttorens.

Na 1933 begon het langzaam beter te gaan met A&N, mede door het succes van de afdeling Centrale Verwarming. In 1937 nam ir. K.J. Asselbergs, de zoon van C.M. Asselbergs, het roer over na het overlijden van zijn vader in 1932. Hij richtte zich op de ontwikkeling en verbetering van ventilatoren, die in diverse producten werden toegepast. Samen met verbeterde meetmethodes en efficiëntere productieprocessen legde dit de basis voor een succesvolle toekomst. Het productieprogramma breidde zich uit met installaties voor ventilatie, luchtbehandeling, drogen en afzuiging.

Oorlog en Wederopbouw
De groei van zowel het fabriekswerk als het aantal installaties voor centrale verwarming zorgde in de jaren ’30 voor een ruimteprobleem. In 1938 kreeg de afdeling Centrale Verwarming een eigen bedrijfsruimte aan de Ceresstraat. Het leek erop dat de lange crisisperiode eindelijk voorbij was. In 1939 werd de fabriek verbouwd en uitgebreid met een nieuwe hal van 400 m² op het terrein aan de Ceresstraat.

Helaas werden deze hoopvolle ontwikkelingen al snel overschaduwd door het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het bedrijf leed onder de gevolgen van de oorlog: bommen verwoestten het kantoorgebouw en een deel van het archief. In 1941 werd een nieuw pand aan de Ceresstraat 35 aangekocht, waar in 1942 ook de afdeling Centrale Verwarming onderdak vond. De bezettingsjaren waren zwaar; hoewel er aanvankelijk nog werk was, daalde de omzet in 1943 en 1944 met maar liefst 60%.

In de eerste jaren na de oorlog, tijdens de wederopbouw, herstelde Asselbergs & Nachenius zich snel. De productie bereikte in 1946 opnieuw het niveau van 1939. Door de toename van werk in de bevrijdingsjaren en de verwachting dat deze groei zou doorzetten, besloot de directie in 1948 een nieuwe fabriek te bouwen. Ondanks de uitbreidingen in 1939, was de fabriek aan de Ceresstraat inmiddels te klein, inefficiënt ingericht en ontbraken uitbreidingsmogelijkheden.

Eind 1951 verhuisden de fabriek en ongeveer zestig medewerkers naar een nieuw complex in de Belcrumpolder. Rond deze periode heeft de Brouwerij het bedrijventerrein overgenomen. Het kantoor bleef voorlopig gevestigd aan de Ceresstraat, totdat het nieuwe kantoorgebouw bij de fabriek gereed was. Op 16 februari 1952 vierde A&N zowel de officiële opening van de nieuwe fabriek als het 50-jarig jubileum. Met de moderne fabriek en een goedgevulde orderportefeuille keek A&N vol vertrouwen naar de toekomst. Sinds de start van de centrale verwarmingsactiviteiten waren er twee afdelingen ontstaan: de fabriek en de afdeling Centrale Verwarming. Omstreeks 1950 bestond de Centrale Verwarming afdeling uit ongeveer vijftien man op kantoor en tekenkamer en circa zestig monteurs. 

Een nieuwe eigenaar en transformatie van A&N
Na de pensionering van ir. A.M. Asselbergs in 1965 kwam de leiding van A&N volledig in handen van ir. K.J. Asselbergs. In 1973 verkocht hij het bedrijf aan bouwonderneming HBG, omdat er binnen de familie geen opvolgers waren en de tijden moeilijker werden. De jaren ’70 waren uitdagend voor de afdelingen Centrale Verwarming en Luchttechnische Installaties door toenemende concurrentie en het verlies van grote industriële klanten. De ventilatorenafdeling bleef echter succesvol, vooral dankzij de ontwikkeling van nieuwe, efficiëntere ventilatoren voor de petrochemische industrie.

In de late jaren ’70 besloot HBG de ventilatorenfabriek te behouden en de installatieafdelingen onder te brengen bij de Hollandsche Constructie Groep (HCG), waarbij A&N in Breda bleef. Het bedrijf werd in 1981 gereorganiseerd en er kwam een duidelijke scheiding tussen de afdelingen Installatie en Ventilatoren, die als twee aparte organisaties verdergingen. A&N onderging in de jaren ’80 en ’90 verdere veranderingen en werd in 1991 onderdeel van HCG Industrieservice bv. Tegen het einde van de jaren ’90 was A&N getransformeerd tot een gespecialiseerde ventilatorenproducent.

Tijdlijn van Asselbergs&Nachenius 

  • 1900: Oprichting Asselbergs & Nachenius door C.M. Asselbergs en ir. J.B. Nachenius
  • 1906: Ir. Nachenius vertrekt naar de suikerindustrie, en C.J. Asselbergs neemt de leiding over
  • 1909: A&N verhuist naar een terrein aan de Ceresstraat, naast bierbrouwerij De Drie Hoefijzers; nieuwe werkplaats en smederij worden gebouwd
  • 1929: Ir. A.M. Asselbergs, zoon van C.J. Asselbergs, treedt toe tot A&N en richt zich op centrale verwarmingsinstallaties
  • 1937: Ir. K.J. Asselbergs, zoon van C.M. Asselbergs, volgt zijn vader op en ontwikkelt nieuwe ventilatoren voor A&N
  • 1938: De afdeling Centrale Verwarming krijgt een eigen bedrijfsruimte aan de Ceresstraat
  • 1939: A&N breidt uit met een nieuwe hal van 400 m² op het terrein aan de Ceresstraat
  • 1941: Een nieuw kantoor wordt ingericht in het aangekochte pand Ceresstraat 35 en betrokken in 1942
  • 1951: Verhuizing van de fabriek en 60 medewerkers naar een nieuw complex in de Belcrumpolder
  • 1965: Ir. A.M. Asselbergs gaat met pensioen; ir. K.J. Asselbergs wordt enige directeur
  • 1969: Ir. A.M. Asselbergs verkoopt zijn aandelen; K.J. Asselbergs blijft als enige aandeelhouder
  • 1973: Verkoop van A&N aan bouwonderneming HBG

In 2006 werd het archief van het bedrijf overgedragen aan het Stadsarchief Breda. Deze informatie is afkomstig uit de inventaris van dat archief.