Toen & Nu
- De Drie Hoefijzers -
De geschiedenis van de wijk zichtbaar in Beeld
Welkom in de Drie Hoefijzersbuurt
Deze buurt heeft een bijzondere geschiedenis die op veel plekken nog zichtbaar is in het straatbeeld. De wandelroute De Drie Hoefijzers Toen & Nu laat u zien hoe de buurt door de jaren heen is veranderd.
Op verschillende locaties in de wijk staan bordjes met een QR-code. Door de code te scannen ontdekt u historische foto’s en verhalen op de website Drie Hoefijzers Breda — en ziet u hoe de buurt er vroeger uitzag en wat er voor in de plaats is gekomen.
De wandelroute start bij het Historisch Paneel op het grasveld voor Ceresstraat 1, maar u kunt ook op elk ander punt op de route beginnen.
Wie zich eerst wil verdiepen in de achtergrond van deze buurt, vindt hieronder een samenvatting van de belangrijkste historische ontwikkelingen. De route kan ook zonder deze toelichting worden gelopen.
...????
Geschiedenis beknopt
Tot 1870 was Breda een vestingstad met drie belangrijke toegangswegen. De Ceresstraat vormde, samen met de Hoge Steenweg en de Teteringsche Dijk, ruim tweehonderd jaar lang een van deze hoofdroutes.
Voor 1870 was het gebied nauwelijks bebouwd. Het bestond voornamelijk uit hooiland en moestuinen, met hier en daar een huis en herberg. In 1863 werd de spoorlijn van Breda naar Tilburg aangelegd, wat de bereikbaarheid sterk verbeterde. Vanaf 1870 vestigden zich de eerste industriële bedrijven aan de noordkant van de Ceresstraat, gevolgd door de bouw van de eerste woonhuizen.
In 1898 bouwde de rooms-katholieke gemeenschap de Sint-Josephkerk op de hoek van de Ceresstraat en de Terheijdenstraat. Rond de kerk verrezen later het klooster, het patronaat en de jongens- en meisjesschool. De zuidkant van de straat werd grotendeels bepaald door de kerk en haar voorzieningen en bleef nog lang onbebouwd. Pas vanaf 1920 werd deze zijde ontwikkeld met woningen, nadat het gebied eerst braak had gelegen en later als sportveld werd gebruikt.
Tot 1927 lag ongeveer 40% van de buurt — alles ten noorden van de Ceresstraat — binnen de gemeente Teteringen. Alles ten zuiden van de straat, inclusief de brouwerij, behoorde tot Breda.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog liep de buurt aanzienlijke schade op. Veel panden werden verwoest en niet herbouwd.
Twee bedrijven bepaalden lange tijd het karakter van de wijk: de Lucifersfabriek en de Bierbrouwerij, die het straatbeeld aan de noordzijde van de Ceresstraat domineerden. Nadat de Lucifersfabriek vertrok en de kerk werd gesloopt, kocht de Brouwerij steeds meer grond op, inclusief enkele woonhuizen, en breidde uit tot over het spoor. In 2004 sloot de Brouwerij haar deuren; een jaar later begon de sloop van de fabrieksgebouwen. Alle nieuwbouw die u nu ziet, staat op het voormalige brouwerijterrein.
Gelukkig zijn enkele historische panden bewaard gebleven en is de industriële geschiedenis nog goed zichtbaar in de structuur van de wijk.
Geschiedenis uitgebreid
Breda als vestingstad
Breda werd tussen 1531 en 1547 een vestingstad, toen graaf Hendrik III van Nassau de eerste vestingwerken rondom de stad liet bouwen. De stad had drie stadspoorten, waarvan de Bossche Poort aan deze kant van de stad lag, aan het einde van de Boschstraat. De belangrijkste toegangsweg naar deze Poort was de Teteringsche Dijk.
Bossche Poort en Teteringsche Dijk
Deze dijk is aangelegd in de 12e of 13e eeuw als onderdeel van een nieuwe oost-westverbinding naar de oude nederzetting Breda. De dijk liep verder over het meest oostelijke deel van de Ceresstraat en de Hoge Steenweg richting de poort. In 1810 werd deze route onderdeel van de nieuwe Napoleonsweg.
1682 – Uitbreiding van de vesting en verplaatsing van de Bossche Poort
Tot 1682 lag deze wijk nog buiten de vesting en bestond het gebied uit hooiland, moestuinen en akkers, met hier en daar een huis en herberg. Na dat jaar veranderde het landschap ingrijpend, toen stadhouder-koning Willem III opdracht gaf om de vestingwerken van Breda grondig aan te passen en te versterken.
De Bossche Poort werd verplaatst naar de plek waar nu de Korte Boschstraat ligt. Draait u zich om naar rechts en kijkt u de Mauritsstraat in, dan stond aan het einde van die straat vroeger de Bossche Poort, ter hoogte van de fontein. Men bereikte de poort via een aantal bruggen.
Tegelijkertijd werden de stadswallen verbreed en verder naar buiten gelegd, op de plaats van de huidige Oranjesingel en Smits van Weasberghestraat. Onder uw voeten liggen nog delen van deze vestingwerken.
De grachten rondom de stad verplaatsen zich ook verder naar buiten en reikten tot ongeveer halverwege de huidige St. Josephstraat en Driehoefijzersstraat — en daar heeft tot 1870 het water gestaan.
Aanleg van de Ceresstraat
Om de verbinding met de belangrijke toegangsweg, de Teteringsedijk, te behouden na de verplaatsing van de Bossche Poort, werd een nieuwe weg aangelegd; de Ceresstraat. Deze straat was toen nog een stuk korter en begon pas ter hoogte van de fabriek van de bierbrouwerij. Voor die tijd was het oostelijke deel van deze weg al aanwezig.
Vanaf 1682 maakte de Ceresstraat deel uit van de belangrijke oostelijke toegangsroute naar de stad, een rol die ze bijna tweehonderd jaar vervulde. In 1883 werd bij de Oranjesingel de Bosschebrug gebouwd, waardoor men voortaan rechtstreeks via de Teteringenstraat de Teteringsedijk kon bereiken. De Ceresstraat verloor hiermee haar functie als hoofdroute naar de stad.
Eerdere namen van de Ceresstraat
Door de jaren heen kreeg de straat verschillende namen. Op een kaart uit 1881 wordt de Ceresstraat, samen met de Hoge Steenweg en de Teteringsedijk, aangeduid als de Straatweg van Breda naar Oosterhout. Tussen 1881 en 1885 werd de straat vermeld als de Teteringsche Steenweg. Daarnaast kwamen ook namen voor als Oude Weg, Steenweg naar Den Bosch en Dijk.
In 1897 kreeg de straat officieel de naam Ceresstraat, genoemd naar de Mouterij Ceres, die zich in 1880 in de straat vestigde, op de plek van het huidige Brouwmeesterplein.
Spoorlijn Breda–Tilburg
In 1863 kwam de spoorlijn Breda–Tilburg tot stand, ten noorden van de Ceresstraat. Hierdoor werden enkele percelen doormidden gesneden en ontstond een drukke spoorwegovergang bij de Brouwmeesterstraat, destijds nog de Vuchtstraat genoemd.
Plan van Uitleg van Van Gendt
In 1868 besloot de Nederlandse regering een groot aantal vestingsteden op te heffen, waaronder Breda. De vestinggronden kwamen in handen van het Ministerie van Financiën, afdeling Domeinen.
Voor het ontmantelen van de vestingen werd Frederik Willem van Gendt, een architect uit Arnhem, aangesteld. Hij ontwierp ontmantelingsplannen, hield toezicht op de uitvoering, en zorgde voor het onderhoud.
Van Gendt vond het belangrijk dat de uitbreiding van de stad planmatig verliep en niet aan particuliere initiatieven werd overgelaten. In september 1870 stuurde hij zijn eerste schets voor een Plan van Uitleg, ofwel een nieuwe stadsplattegrond, naar het gemeentebestuur, waarin hij belangrijke straten verlengde tot aan de bestaande uitvalswegen.
Slopen van de vestingwerken
De ontmanteling van de vesting begon met de stadspoorten. In december 1869 werd de Bossche Poort aanbesteed en in het voorjaar van 1870 gesloopt. De Boschstraat werd verbonden met de Nieuwe Boschstraat en Teteringenstraat. De Ceresstraat werd verbonden met de Mauritsstraat en Terheijdenstraat. Ook werden toen de straten aan de nieuw gegraven singels aangelegd.
In 1871 vond de eerste veiling van geslechte vestinggronden plaats, onder andere langs de huidige Terheijdenstraat en Ceresstraat.
Industrie
Na 1880, tijdens de opkomst van de industriële revolutie, stond de gemeente Breda bedrijven met stoommachines binnen de stad niet toe. Breda wilde vooral een aantrekkelijke woonstad blijven voor de gegoede burgerij.
Industrie vestigde zich daarom vooral buiten Breda, zoals Teteringen. Dit gebied bood veel ruimte, goede bereikbaarheid via de rivier de Mark en de spoorlijn, en nauwelijks regels. Diverse bedrijven vestigden zich hier:
- 1866 – Molenschot Weegwerktuigenfabriek, Teteringsedijk
- 1870 – Luciferfabriek Henri Sprengers ,Ceresstraat
- 1880 – Stoommouterij Ceres, Ceresstraat
- 1886/1887 – Bierbrouwerij De Drie Hoefijzers, Ceresstraat
- 1909 – Technisch Bureau Asselbergs & Nachenius, Ceresstraat
- 1912 – De Faam, Liniestraat
- 1916 – Van Genta sigarenfabriek, Hoge Steenweg
- 1921 – Hero, Teteringsedijk
De eerste echte industrie ontstond in 1870 met de Lucifersfabriek van Henri Sprengers. Daarna kwamen de Mouterij Ceres en de Bierbrouwerij De Drie Hoefijzers, en rond deze bedrijven verrezen enkele woonhuizen. De verdere bebouwing van het zuidelijke deel van de buurt kwam langzaam op gang. Pas rond 1920 werden hier de meeste woonhuizen gebouwd — bijna vijftig jaar nadat de vesting was gesloopt.
Rooms-katholieke kerk
Naast de industrie speelde ook de rooms-katholieke kerk een grote rol in het leven van de wijk. De bouw van de Sint-Josephkerk in 1898 en bijbehorende voorzieningen, zoals het klooster, het patronaat en de scholen, gaven het gebied een sterk gemeenschapsgevoel en bepaalde de uitstraling van de wijk ten zuiden van de Ceresstraat.
Oorlogsschade in de Tweede Wereldoorlog
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden enkele gebouwen en huizen in de buurt beschadigd door bombardementen. Een deel van deze panden is nooit herbouwd, en op sommige plaatsen is de schade nog steeds zichtbaar.
Bierbrouwerij
In de loop der jaren breidde de brouwerij voortdurend uit. Ze kochten steeds meer panden en strekten hun activiteiten ook uit naar de andere kant van het spoor. In 2004 stopte de brouwerij op deze locatie, waarna grote delen van het terrein werden gesloopt en klaargemaakt voor herontwikkeling. In 2024 is de totale herinrichting van het voormalige brouwerijterrein afgerond. Alle nieuwbouw die u ziet, staat op het vroegere terrein van de brouwerij.
De brouwerij bepaalde lange tijd het gezicht van de wijk, en het vertrek liet een duidelijke leegte achter. Een groot deel van de buurt was jarenlang in handen van de brouwerij, waardoor zij een belangrijke rol speelde in de ontwikkeling en het karakter van dit gebied.
Zoals u ziet, hebben verschillende gebeurtenissen en ontwikkelingen de Drie Hoefijzersbuurt gevormd. De ligging vlakbij de vestingstad, de aanleg van het spoor, het slopen van de vestingwerken, de opkomst van de industrie, de gevolgen van de oorlog, het verdwijnen van de industriële bedrijven hebben allemaal hun sporen achtergelaten. In totaal heeft deze buurt 134 jaar lang een industrieel karakter gehad.
Stap nu zelf de straten in en ontdek tijdens de wandeling de sporen van dit rijke verleden.
Kinderversie 9-13 jaar
🐴 Welkom in de Drie Hoefijzersbuurt!
Hallo daar! 👋
Leuk dat je op ontdekkingstocht gaat in de Drie Hoefijzersbuurt. Deze wijk ziet er nu heel modern uit, maar wist je dat hier vroeger fabrieken, boerderijen en zelfs stadsmuren stonden?
We gaan even terug in de tijd om te ontdekken hoe deze buurt is ontstaan.
🏰 Breda als vestingstad
Heel lang geleden, tussen 1531 en 1547, kreeg Breda dikke muren en grachten om zich te beschermen tegen vijanden. Zo werd het een echte vestingstad.
Er waren drie stadspoorten. Aan deze kant van de stad stond de Bossche Poort, waar mensen via de Teteringsche Dijk de stad binnenkwamen.
🌾 Buiten de stad
Tot 1682 lag deze buurt nog buiten de muren van de stad. Hier waren vooral weilanden, moestuinen en wat boerderijen met herbergen waar reizigers konden uitrusten.
Pas later kwamen hier meer wegen, zoals de Ceresstraat. Die hoorde bijna tweehonderd jaar lang bij de belangrijkste toegangsweg naar Breda.
🚂 Spoor en industrie
In 1863 werd de spoorlijn tussen Breda en Tilburg aangelegd, vlak bij deze straat. Dat maakte het gebied perfect voor bedrijven.
De eerste fabriek was de lucifersfabriek van Henri Sprengers in 1870. Daarna kwamen de Mouterij Ceres en Bierbrouwerij De Drie Hoefijzers erbij.
Langzaam maar zeker verschenen ook de eerste woonhuizen – vooral voor de mensen die in de fabrieken werkten.
⛪ De Sint-Josephkerk
In 1898 bouwden mensen hier de Sint-Josephkerk, samen met een klooster, scholen en een patronaat (een soort buurthuis).
De kerk stond aan de zuidkant van de straat en was heel belangrijk voor de bewoners.
💣 De oorlog
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd een deel van de buurt geraakt door bombardementen. Sommige huizen zijn daarna nooit meer opgebouwd.
🍺 De brouwerij
De Bierbrouwerij De Drie Hoefijzers groeide uit tot een groot bedrijf.
Ze kochten steeds meer grond, zelfs aan de andere kant van het spoor.
De brouwerij was zó belangrijk dat bijna iedereen in de buurt er werkte of iemand kende die dat deed.
In 2004 stopte de brouwerij, en daarna werden veel gebouwen gesloopt.
Op het terrein kwamen nieuwe huizen en straten.
Maar als je goed kijkt, kun je nog steeds sporen van de oude brouwerij zien.
🕰️ Toen en nu
De Drie Hoefijzersbuurt veranderde door de eeuwen heen enorm:
van weiland → naar stadspoort → naar fabrieksterrein → en nu een gezellige woonwijk.
Meer dan 130 jaar lang was dit een echte arbeiders- en fabriekswijk.
Vandaag wandel je tussen oude verhalen en nieuwe gebouwen – de geschiedenis ligt hier letterlijk onder je voeten! 👣
Kun jij het oudste huis in de buurt vinden?
Jongvolwassenen 14-17
🏙️ De Drie Hoefijzersbuurt – Toen en Nu
Welkom in de Drie Hoefijzersbuurt!
Vandaag zie je hier moderne huizen, hippe cafés en nieuwe straten, maar deze plek heeft een lange en interessante geschiedenis.
Meer dan 130 jaar lang was dit een echte industriële wijk, waar fabrieken rookten en arbeiders woonden.
🏰 Breda als vestingstad
Tot 1870 was Breda een vestingstad: omringd door dikke muren, grachten en drie stadspoorten.
Aan deze kant van de stad lag de Bossche Poort, waar reizigers via de Teteringsche Dijk binnenkwamen.
Buiten de poort lag vooral weiland, met hier en daar een moestuin, een herberg en wat boerenhuizen.
🛠️ De komst van industrie
Rond 1863 veranderde dat snel. Toen werd de spoorlijn Breda–Tilburg aangelegd, net ten noorden van de Ceresstraat.
Dat maakte de plek ideaal voor fabrieken.
In 1870 opende hier de Lucifersfabriek van Henri Sprengers, gevolgd door de mouterij Ceres en later de bekende bierbrouwerij De Drie Hoefijzers.
Rond deze bedrijven kwamen de eerste arbeiderswoningen, meestal kleine huisjes dicht bij de fabriek.
De zuidkant van de straat bleef nog lang leeg — tot rond 1920, toen daar eindelijk woningen werden gebouwd.
⛪ De Sint-Josephkerk
Niet alleen de fabrieken, maar ook de kerk speelde een grote rol in de wijk.
In 1898 werd de Sint-Josephkerk gebouwd, samen met een klooster, scholen en een patronaat (een soort buurthuis).
De kerk bepaalde het straatbeeld aan de zuidkant en was het middelpunt van het dagelijks leven voor veel bewoners.
💣 De Tweede Wereldoorlog
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd een deel van de wijk geraakt door bombardementen.
Sommige panden raakten zwaar beschadigd en zijn nooit meer herbouwd.
Wie goed kijkt, ziet hier en daar nog sporen van die tijd.
🍺 De brouwerij
De Drie Hoefijzers groeide in de loop der jaren uit tot een enorm bedrijf.
De brouwerij kocht steeds meer panden op en breidde zelfs uit naar de overkant van het spoor.
Bijna iedereen in de buurt werkte er of had er familie werken.
De brouwerij bepaalde letterlijk het gezicht van de wijk.
In 2004 sloot de brouwerij haar deuren.
Een jaar later begon de sloop van de oude gebouwen en ontstond ruimte voor een nieuwe woonwijk.
Alle nieuwbouw die je nu ziet, staat op het vroegere terrein van de brouwerij.
🕰️ Een buurt met geschiedenis
De Drie Hoefijzersbuurt veranderde van weiland tot fabriekswijk en uiteindelijk tot moderne stadswijk.
Toch zie je, als je goed kijkt, nog overal stukjes geschiedenis terug — in oude gevels, straatnamen en zelfs in de vorm van de wijk.
Dus terwijl je hier rondloopt, wandel je letterlijk door de geschiedenis.
English
Welcome to the Drie Hoefijzers Neighborhood
The Drie Hoefijzers neighborhood has a rich and eventful history. This walking route shows how the area has changed over the centuries and highlights traces of its past that are still visible today.
Breda as a Fortress City
Between 1531 and 1547, Count Hendrik III of Nassau had the first fortifications built around Breda. The city had three gates, including the Bossche Gate on this side, at the end of Boschstraat. The main access road to this gate was the Teteringsche Dijk, constructed in the 12th or 13th century.
Until 1682, the present neighborhood lay outside the fortifications and consisted mainly of hayfields, vegetable gardens, and farmland, with an occasional house or inn. After 1682, Stadtholder-King William III ordered the fortifications expanded and strengthened, moving the Bossche Gate to the Korte Boschstraat. Parts of these former fortifications still lie beneath your feet today.
Construction of Ceresstraat
To maintain the connection with the important Teteringsche Dijk after the gate was moved, a new road—the Ceresstraat—was built. From 1682, it formed part of the main eastern access route to the city, a role it retained for nearly 200 years. In 1883, the construction of the Bossche Bridge at the Oranjesingel allowed direct access to the Teteringsche Dijk via Teteringenstraat, ending Ceresstraat’s role as a main route.
Over time, the street had several names, including Straatweg van Breda naar Oosterhout, Teteringsche Steenweg, Oude Weg, Steenweg naar Den Bosch, and Dijk. In 1897, it officially became Ceresstraat, named after the Ceres Malt House, established here in 1880.
Railway and Industry
In 1863, the Breda–Tilburg railway was built north of Ceresstraat, dividing some plots and creating a busy crossing at Brouwmeesterstraat (then Vuchtstraat).
From 1870, the first industrial companies settled on the north side of Ceresstraat, including Henri Sprengers’ Matches Factory, Ceres Malt House, and the Drie Hoefijzers Brewery. The southern side of the street remained largely undeveloped until around 1920, after a period of fallow land and use as a sports field.
Roman Catholic Church
The Sint-Joseph Church, built in 1898, along with its associated facilities—such as the convent, the parish hall, and the boys’ and girls’ schools—created a strong sense of community and defined the character of the southern side of the street.
World War II Damage
During World War II, parts of the neighborhood were damaged by bombing. Many buildings were destroyed and never rebuilt, and traces of this damage remain visible in places.
Brewery
Over the years, the brewery expanded steadily, even across the railway. It closed in 2004, after which large parts of the site were demolished and prepared for redevelopment. By 2024, the former brewery site had been fully redeveloped. All the new buildings you see today stand on the former brewery grounds.
For a long time, the brewery shaped the character of the neighborhood. Together with the matches factory, it played a key role in the development of the area, and its departure left a noticeable void.
Summary
The Drie Hoefijzers neighborhood has been shaped by its proximity to the fortress city, the construction of the railway, the dismantling of the fortifications, the rise of industry, the impacts of war, and the redevelopment of the brewery. For a total of 134 years, this neighborhood had an industrial character.
Now step into the streets yourself and discover the traces of this rich history along the walking route.
De Route
No 1 — Start wandelroute
U staat aan het begin van deze mooie wandelroute. Op dit Historisch Paneel ziet u een aantal foto’s die laten zien hoe deze wijk door de jaren heen is veranderd. De grote luchtfoto, genomen in 2002 geeft een mooi inkijkje in het verleden – misschien herkent u nog iets?
Recht voor u ligt de Ceresstraat. Vanaf 1682 maakte deze straat ongeveer 200 jaar deel uit van een van de belangrijkste oostelijke toegangsroutes naar de stad.
Zoals u op deze foto uit 1920 kunt zien, stond rechts van u tot 1976 de St. Jozefkerk met daarachter het St. Jozefklooster. De noordzijde van de Ceresstraat is bebouwd met vooral industrie, waaronder bierbrouwerij De Drie Hoefijzers, de lucifersfabriek en Asselbergs & Nachenius. De zuidzijde bleef lange tijd onbebouwd en stond bekend als speel- en sportterrein: de ‘Wei van Siegmund’.
Deze grote luchtfoto uit 2002 is genomen vlak voor de sluiting van de brouwerij en daarmee vlak voor de start van de transformatie van deze wijk. Het laat een periode zien waarin de brouwerij van AB InBev nog het kloppend hart van de buurt was. Niet alleen door haar omvang, 8 ha, tot over het spoor, maar ook door de bedrijvigheid en de mensen die hier werkten. Dagelijks bepaalden vrachtwagens, opslagterreinen en industriële gebouwen het ritme en het uiterlijk van de omgeving.
Wie hier toen woonde, herinnert zich ongetwijfeld de kenmerkende geur van het brouwproces — een warme, moutachtige lucht die regelmatig door de straten hing en onlosmakelijk bij de buurt hoorde.
De brouwerij sloot haar deuren in 2004 en begon de herontwikkeling naar een gemengde stadswijk, met behoud van het industrieel erfgoed.
Twintig jaar later is het project afgerond. Aan de noordzijde van het spoor zijn 270 woningen gerealiseerd en aan de zuidzijde 373 woningen. Het industrieel erfgoed heeft daarbij een nieuwe functie gekregen.
Op de hoek van de Ceresstraat en de Terheijdenstraat bevonden zich tijdens de Tweede Wereldoorlog woningen die door brandbommen zijn verwoest (1940–1945). Op deze plek is tegenwoordig het hoofdkantoor van AB InBev Nederland gevestigd, op enkele meters afstand van het voormalige hoofdkantoor van de brouwerij.
De Terheijdenstraat links van u, vlak voor de aanleg van de spoortunnel. De woningen rechts zijn tijdens de Tweede Wereldoorlog verwoest.
De Sint Jozefkerk werd in 1897 gebouwd en stond bijna 80 jaar lang als herkenbaar middelpunt van de buurt, totdat ze in 1976 werd gesloopt.
De kerk en de bijbehorende gebouwen waren aangekocht door de bierbrouwerij. Na de sloop werd het terrein ingericht als parkeerterrein van de brouwerij. Nu staat er naast u een groot wooncomplex.
In 1880 begon de firma Smits & Ingen-Housz met de bouw van Stoommouterij Ceres op een perceel aan de steenweg naar Den Bosch. Dit was nog voordat de bierbrouwerij zich hier vestigde. De Ceresstraat dankt haar naam aan deze mouterij. Tegenwoordig is dit het Brouwhuisplein. De mouterij stond tussen het Brouwhuis en het Hoofdkantoor in.
De mouterij was 84 jaar in bedrijf en heeft in totaal 108 jaar aan de Ceresstraat gestaan. Ondanks de volledige sloop van het oorspronkelijke gebouw staat Mouterij Ceres nog altijd op de lijst van cultureel erfgoed, maar dan in het gebouw ernaast...
De mouterij was niet de eerste industrie in deze wijk. Al in 1870 vestigde zich hier de luciferfabriek van Henri Sprengers, iets verderop in de straat, waarmee de basis werd gelegd voor het latere industriële karakter van dit gebied.
No 2 — Inleiding
Tussen 1531 en 1547 werd Breda een vestingstad, toen graaf Hendrik III van Nassau de eerste vestingwerken liet bouwen.
De stad had drie stadspoorten, waarvan de Bossche Poort aan deze kant van de stad lag, aan het einde van de Boschstraat. De belangrijkste toegangsweg naar deze Poort was de Teteringsche Dijk of Den Dijk.
Tot 1682 lag deze wijk nog volledig buiten de vesting. Door de jaren heen werd de vesting meerdere keren aangepast en uitgebreid.
Na het Rampjaar 1672, toen Frankrijk en zijn bondgenoten Nederland binnenvielen, liet stadhouder-koning Willem III in 1682 de vesting van Breda grondig vernieuwen.
De stadswallen werden verder naar buiten verlegd, tot op de plek van de huidige Oranjesingel en Smits van Weasberghestraat.
Met deze verplaatsing werd ook de vestinggracht verder naar buiten aangelegd. Deze liep tot halverwege de huidige St. Josephstraat en Driehoefijzersstraat en bleef daar 188 jaar bestaan.
De zuidkant van de Ceresstraat bestond uit hooiland en water, terwijl aan de noordkant moestuinen, een herberg en enkele woningen lagen. Het was een mooi buitengebied om te wandelen.
Ook werd de Bossche Poort in 1682 verplaatst naar de plek waar nu de Korte Boschstraat ligt. Draait u zich om naar rechts en kijkt u de Mauritsstraat in, dan stond aan het einde van die straat vroeger de Bossche Poort, ter hoogte van de fontein. Men bereikte de poort via een aantal bruggen.
Om de verbinding tussen de Bossche Poort en de Teteringsedijk te behouden na de verplaatsing van de poort, werd de Ceresstraat aangelegd.
Aanvankelijk was de straat korter en begon pas ter hoogte van de bierbrouwerijfabriek; het meest oostelijke deel bestond al eerder. Vanaf 1682 maakte de Ceresstraat 200 jaar deel uit van de belangrijkste oostelijke toegangsroute naar de stad.
In 1863 werd de spoorlijn tussen Breda en Tilburg aangelegd, waardoor de bereikbaarheid sterk verbeterde en het gebied aantrekkelijk werd de industrie.
Breda was vroeger een kleine stad in vergelijking met de omliggende gemeenten. De vestinggronden waren eigendom van het Rijk, en deze wijk hoorde bij de gemeente Teteringen.
Zo werd de wijk verdeeld na het slopen van de vesting in 1870: de noordkant van de Ceresstraat viel onder Teteringen, alles ten zuiden en op de oude vestinggronden bij Breda. In 1927 werd de wijk volledig bij Breda gevoegd.
Bijzonder detail: een burgemeester van Teteringen heeft ooit in de Ceresstraat gewoond.
In 1868 besloot de Nederlandse regering om veel vestingsteden, waaronder Breda, op te heffen. Twee jaar later begon men met het slopen van de Bossche Poort en de vestingwerken. Hierdoor kon de Ceresstraat worden verbonden met de nieuw aangelegde Mauritsstraat en de Terheijdenstraat. Tegelijkertijd werden langs de gegraven singels nieuwe straten aangelegd. Vanaf dat moment vestigden de eerste bedrijven zich aan de noordkant van de Ceresstraat, mede dankzij de aanleg van het spoor, het verdwijnen van de vesting en de soepele regels van de gemeente Teteringen.
No 2 — Hoofdkantoor De Drie Hoefijzers 1927
No 3 — Ceresstraat
Het Zusterklooster / St Jozefgesticht, aan de Ceresstraat 4 is ontworpen door architectenbureau Gebrs. J. en W. Oomen en dateert uit 1913.
In 1912 laten de zusters van het Pensionaat St. Jozef uit Dongen een ontwerp maken voor het klooster en een eerste tekening voor een meisjesschool op Oranjesingel 3, recht achter het klooster aan de singel. Zuster Edmunda (mej. M. A. J. Mulder
uit Amsterdam) was moeder-overste. In 1917 bestaat de kloostergemeenschap uit 19 zusters.
De zusters hielden zich bezig met onderwijs. Zij waren werkzaam als leerkrachten aan de meisjesschool aan de Oranjesingel 3 en verzorgden daarnaast pianolessen. De zusters schreven altijd St. Jozef, de parochie St. Joseph.
Op 16 december 1964 werd de Stichting Tehuis voor tijdelijk onverzorgde kinderen opgericht. Een jaar later, in 1965, kocht deze stichting het klooster van de congregatie Franciscanessen uit Dongen voor 150.000 gulden. In het pand werd kindertehuis Lentehof gevestigd.
In 1995 verhuisde Lentehof naar een andere locatie. Daarna kreeg het gebouw een nieuwe functie en werd het in gebruik genomen als kantoorgebouw voor de afdeling horeca van bierbrouwerij De Oranjeboom.
Met de toenemende welvaart in ons land groeit ook het bierverbruik. De brouwerij kan de stijgende vraag met de eigen productie niet langer bijbenen en zoekt daarom tijdelijk samenwerking met brouwerijen in België. Op deze plek stond voorheen een garage, limonadefabriek en opslagplaats van de brouwerij. Zij zijn verplaatst naar de Linistraat, aan de andere kant van het spoor.
Zo ontstaat ruimte voor de bouw van een nieuw complex aan de zuidzijde van de Ceresstraat, voorzien van moderne brouwzalen, vergistingsruimten en moutsilo’s.
De gemeente is n 1961 niet erg gelukkig met de plannen van uitbreiding van de brouwerij naar deze kant van de Ceresstraat, maar zijn wel van mening dat aan de uitbreidingsbehoefte van dit belangrijke Bredaase bedrijf zo weinig mogelijk in de weg worden gelegd.
Op 16 juni 1965 slaat bouwmaatschappij Van Vliet en Van Dulst de eerste paal. In maart 1967 wordt het gebouw opgeleverd. De brouw- en vergistingscapaciteit is dan verdubbeld. Een luchtbrug over de straat zorgt sindsdien voor een efficiënte verbinding tussen noord en zuid, voor het transport van mensen, materialen en bier.
De loop-leidingenbrug, voltooid in december 1967, verbindt Brouwhuis Noord en Zuid hoog boven de straat. Tot 2005 blijft zij een herkenbaar onderdeel van het complex, waarna de brug wordt gesloopt.
No 4 — Mouterij Ceres en Brouwhuis Noord
Een wielrennerswedstrijd passeert Brouwhuis Noord, Mouterij Ceres en het Hoofdkantoor De Drie Hoefijzers in 1960.
Zicht op de Stoommouterij Ceres en de stoombrouwerij De Drie Hoefijzers. Een fotoreproduktie van tekening van Ludovic uit 1928.
Op de plaats van het oude kantoor werd in 1930 een nieuw, hoog Brouwhuis gebouwd. Op de derde verdieping bevindt zich de fraai ingerichte brouwzaal met roodkoperen brouwketels, omgeven door azuurblauwe tegels. Sinds 2017 is het pand in gebruik door Beers & Barrels, waar bezoekers genieten van een zorgvuldig samengesteld assortiment bieren. Het gebouw ademt nog altijd de rijke historie van de plek: een pand dat ooit nauw verbonden was met AB InBev, en waar bekende favorieten uit die tijd opnieuw lijken te schitteren. Nieuwe klassiekers vinden hier vanzelf hun weg, waardoor het aanbod op een natuurlijke manier wordt vernieuwd en versterkt — precies zoals het altijd bedoeld leek.
No 5 — Bierbrouwerij
Bekijk HIER de video. 29 oktober 1944. Opname door de vader van Yvonne Lemm-Maas. Zij woonden toen op Ceresstraat 29. De opnames op het dakterras met de kinderen zijn gemaakt aan de achterzijde van Ceresstraat 29 met uitzicht op de huidige Brouwmeesterstraat. De boomstammen zijn van de Luciferfabriek. De beelden van dansende mensen zijn gemaakt op de eerste verdieping van Ceresstraat 29.
Na het slopen van de vestingwerken in 1870 blijft dit gebied lange tijd leeg. Maar liefst 38 jaar ligt het terrein braak en wordt het gebruikt als speelveld. Kinderen spelen er vrij en ook arbeiders van de Lucifersfabriek brengen hier hun pauzes door.
De Josephstraat en de Driehoefijzersstraat bestaan in deze periode nog niet.
In 1909 wordt het terrein afgesloten met een hek. Daarmee is het niet langer vrij toegankelijk. Werknemers van onder andere de Lucifersfabriek aan de Ceresstraat mogen er tijdens hun pauze niet meer komen. Niet iedereen legt zich daarbij neer: in 1910 slopen jongeren een deel van de omheining. Via verschillende openingen, onder meer aan de Teteringsche Straat, blijft het terrein bereikbaar.
Zo ontstaat ook de naam waaronder het terrein bekend wordt: de Wei van Siegmund. Deze naam verwijst naar eerste luitenant Theodorus Mattheus Siegmund, geboren in 1862 in Bergen op Zoom. Hij is verbonden aan de KMA en later gymleraar aan het Stedelijk Gymnasium en de HBS.
Hoewel hij geen eigenaar is van het terrein — het is in erfpacht uitgegeven aan de parochie — brengt Siegmund er nieuw leven in. Hij laat zijn leerlingen hier sporten, met onder andere Amerikaans handbal, vuistbal en estafettelopen. Wat begint als een eenvoudig speelveld groeit uit tot een echt sportterrein, waar later ook voetbalwedstrijden en toernooien plaatsvinden. Pas daarna volgen de eerste officiële sportaccommodaties.
In 1920 komt er een einde aan deze periode: het terrein wordt verkaveld en bebouwd met woningen en een school.
Vanaf 1912 speelde voetbalclub Bredania met veel succes in de Brabantsche Voetbalbond, een onderafdeling van de NVB (voorloper van de KNVB). De club had het Siegmund-veld aan de Oranjesingel als thuishaven.
De Wei van Siegmund werd een vaste locatie voor de lokale voetbalsport. Er werden meerdere toernooien en wedstrijden gehouden, onder andere: 1919: Voetbaltoernooi met Ajax 2 en in 1920: Wedstrijd tussen NAC 4 en Breda 2.
Links ziet u de Sint Joseph meisjesschool aan de Oranjesingel 3. In 1912 laten de zusters van het Pensionaat Sint-Jozef uit Dongen een eerste ontwerp maken voor deze school.
In 1914 opent de meisjesschool haar deuren onder bestuur van mère Bertille uit Dongen (de hoogste leidinggevende zuster). Het gebouw telt twaalf lokalen: zes op de begane grond en zes op de eerste verdieping. Het betreft een lagere school voor meisjes, met daarnaast enkele kleuterklassen waar Fröbel- en Montessori-onderwijs wordt gegeven. Van een jongensschool is op dat moment nog geen sprake.
Het hoofd van de school is Wilhelmina Felten, dan 29 jaar oud. Zij wordt in 1884 geboren in Amsterdam en komt op 8 augustus 1913 als religieuze vanuit Gilze-Rijen naar Breda. Zij woont in het Sint-Jozefklooster aan de Ceresstraat.
In 1914 telt de school tussen de 113 en 162 leerlingen, begeleid door acht leraressen. In 1928 is dit aantal gegroeid tot 282 à 321 leerlingen en tien leraressen. In datzelfde jaar draagt zuster Felten de leiding van de kleuterafdeling over aan C. Clarijs.
De kleuters uit de parochie volgen hier 16 jaar lang onderwijs, tot 1930, en verhuizen dan naar de nieuwe kleuterschool in de St. Josephstraat. In 1925 wordt namelijk het ULO (Uitgebreid Lager Onderwijs) voor meisjes ingevoerd, de voorloper van de mavo. Dit maakt een herindeling van het onderwijs en het gebouw noodzakelijk.
In 1960 wordt de school verbouwd. Naast het lager onderwijs krijgt ook de school voor maatschappelijk werk hier ruimte. Midden jaren zestig verdwijnt door de opkomst van gemengd onderwijs de behoefte aan aparte scholen voor jongens en meisjes. De school sluit haar deuren en het pand wordt in gebruik genomen als kantoor van de brouwerij. De brouwerij sluit de deuren in 2004
St. Jozefkerk in aanbouw naar een ontwerp van architect Van Langelaar. Aannemer Krijnen uit Den Haag bouwt de kerk. De bouwkosten bedragen ƒ109.980.
De Sint-Jozefkerk heeft 1.200 zitplaatsen. In juni 1897 legt pastoor Van Miert de eerste steen. Deze steen is nu in handen van het Stedelijk Museum Breda. Een jaar later, in 1898, wordt de kerk ingewijd door bisschop Leyten.
In 1907 wordt naast de kerk aan de Ceresstraat het patronaat gebouwd, met daarnaast de kosterswoning. In 1913 volgt de pastorie aan de Oranjesingel. Met de bouw van deze pastorie was de St. Josephparochie compleet.
De kerk werd zonder toren gebouwd, deze werd pas 40 jaar later, in 1936-1937, toegevoegd. De 70 meter hoge toren was ontworpen door Johan Berben, een in Breda werkzame architect van rooms-katholieke kerkgebouwen.
Het imposante triomfkruis, 5 meter lang en 3 meter breed, hing 76 jaar aan het gewelf bij de ingang van het priesterkoor van de St. Jozefkerk en vormde daar een markant onderdeel van het kerkinterieur.