Drie Hoefijzers
Mouterij Ceres
Mouterij Ceres
Oprichting en bouw
In 1880 begon de firma Smits & Ingen-Housz met de bouw van Stoommouterij Ceres op een perceel van 24 are en 45 centiare aan de steenweg naar Den Bosch — de huidige Ceresstraat. Verderop in de straat lag toen alleen de luciferfabriek; de brouwerij en het Brouwhuis (tegenwoordig het Brouwhuisplein) kwamen hier pas later bij te staan.
De firma was opgericht door Frans H.M. Smits. Het gebouw was 40 meter lang, 11 meter breed en telde vijf verdiepingen. In april 1881 werd het bedrijf operationeel met 9 werknemers. Ceres richtte zich voornamelijk op buitenlandse markten, vooral België, en had een productiecapaciteit van 5.000 kg mout per dag. De mouterij beschikte over vijf silo’s van 15 tot 18 meter hoog, elk met een opslagcapaciteit van 200.000 kg mout. In 1883 werden Frans Smits en zijn broer A.C.J. Smits de firmanten van Mouterij Ceres.
Verdubbeling van de capaciteit
In 1885 verdubbelde de capaciteit van de mouterij met de voltooiing van een tweede eest (droogoven), met een oppervlak van 465 m². De dagelijkse leiding was in handen van een Duitse meesterknecht, de Malzmeister. In 1895 werd de machinekamer uitgebreid met een nieuwe stoomketel en een reserve horizontale stoommachine van 12 pk. De ijzeren schoorsteen werd vervangen door een stenen exemplaar van 17 meter hoog, voorzien van een vonkenvanger. Ook de capaciteit van de eest werd vergroot.
Overname door de zonen Smits
In 1899 namen de drie zonen van Frans H.M. Smits (brouwerij) en Philomena van Waesberghe — Frans, Charles en Jan Smits — Mouterij Ceres over.
Eerste Wereldoorlog: productiedaling
Tijdens de Eerste Wereldoorlog daalde de productie door accijnsverhogingen en hoge grondstofprijzen. In 1916 moest de mouterij stoppen omdat ze geen gerst meer kreeg toegewezen. Het jaar daarop was de moutvoorraad bijna uitgeput, wat de bierproductie bedreigde.
Neergang en afbraak
De verwachte opleving na de oorlog bleef uit; de omzet daalde aanzienlijk. Mouterij Ceres was nog maar voor een derde in gebruik, vooral door de import van buitenlands mout en hoge kosten voor gerst en brandstof. De oorspronkelijke gebouwen functioneerden nauwelijks meer. In 1930 en 1964 werd het voorste deel van de mouterij, inclusief de oude silo’s, afgebroken tot aan de eesten. Deze ruimte werd gebruikt voor het toegenomen vrachtverkeer van de brouwerij. De eesten zelf verdwenen in 1974; in 1988 werden de laatste restanten opgeruimd.
Tijdlijn van Mouterij Ceres
- 1880: Start bouw
- 1881: Mouterij in bedrijf
- 1930: Gedeeltelijke sloop van de oude mouterij
- 1964: Definitief einde moutproductie in Breda, verdere sloop
- 1974: Sloop van de droogovens in februari
- 1988: Opruiming van de laatste restanten
Mouterij Ceres was 84 jaar productief (1880–1964) en heeft in totaal 108 jaar aan de Ceresstraat gestaan, in fasen gesloopt tussen 1930 en 1988.
Ondanks de volledige sloop van de oorspronkelijke mouterij staat ze nog altijd op de lijst van Cultureel Erfgoed. Daarbij wordt aangegeven dat de boogramen aan de voorzijde het oudste deel van de mouterij zouden zijn en in de kern uit 1887 dateren — precies de periode waarin de bierbrouwerij werd gebouwd, terwijl Mouterij Ceres daar al sinds 1880 stond. De boogramen horen namelijk bij de brouwerij, die naast Mouterij Ceres stond. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed heeft aangegeven dit nog nader te bekijken.