Per klas gingen we dan naar de Josephkerk om te biechten. Het nut hiervan werd vooraf op het schoolbord uitgetekend. Een groot hart, een zonde betekende een zwarte vlek op het hart / weer een zonde, weer een zwarte vlek enz. Zo ontstond al snel een creatief hoogstandje. Voor iedere zonde kon je kwijtschelding krijgen door deze op te biechten.